logo-sociale-alliantie6

Den Bosch, rijke gemeente met een tamelijk armoedig sociaal beleid

Door Henk Weijnen

Klik hier om dit artiel te downloaden als pdf-document.

den boschDen Bosch, een gemeente die volgens de regenten in deze stad officieel ’s-Hertogenbosch heet – er is een deftig genootschap dat deze naamgeving promoot – heeft in 2021 meegedaan aan het periodieke onderzoek van de FNV naar het sociaal beleid van gemeenten. In dit artikel presenteer ik de belangrijkste uitkomsten, met soms een verwijzing naar de (landelijke) uitkomsten uit de monitoren 2016 en 2018. In 2018 heeft de gemeente niet meegewerkt aan dit onderzoek, wel aan de lokale monitor van 2016.

Als lokaal netwerk van de FNV hebben wij de uitkomsten van de gemeente op de monitor 2016 en 2021, voorzien van voorstellen tot verbetering, aan de gemeenteraad gepresenteerd. Helaas is voor de monitor 2021 een nogal gewijzigde vragenlijst gebruikt, waardoor de uitkomsten tussen beide jaren moeilijk vergelijkbaar zijn. Wij hebben daarom voor 2021 enkele aanvullende vragen voorgelegd aan de gemeente, op onderdelen van het beleid waarop de gemeente in 2016 onzes inziens minder goede resultaten behaalde. Dit om na te gaan of op die onderdelen sprake is van verbetering van het beleid.
Voor de monitor 2016 hebben wij de uitkomsten van Den Bosch vergeleken met vier andere middelgrote gemeenten, te weten Westland, Apeldoorn, Maastricht en Groningen. Voor 2021 is dat niet mogelijk gebleken. Het lijkt mij vermeldenswaard de uitkomsten van Den Bosch in 2016 ten opzichte van de vier andere middelgrote steden te noemen. In de monitor 2016 zijn daartoe op basis van zes indicatoren, zijnde speerpunten voor de FNV, scores toegekend aan de gemeenten.
De scores voor alle onderzochte gemeenten (144) varieerden tussen 10 en 50 punten. Het landelijk gemiddelde was 20 punten. De gemeente Den Bosch behaalde hier een zeer lage score van 5 punten, Groningen 25, Apeldoorn 35, Maastricht 40 en Westland 50 punten.

Uitkomsten Den Bosch 2021

In de monitor 2021 is een groot aantal onderwerpen (12) aan de orde gesteld. Ik beperk me hier tot een vijftal onderwerpen: Jeugdzorg, Zorg/WMO, Participatiewet, Inkomensondersteuning van chronisch zieken en mensen met een beperking en Waardering van mantelzorg.

I. Jeugdzorg

Volgens de gemeente Den Bosch zijn de financiële middelen hiervoor ruim onvoldoende en hevelt de gemeente daarom andere middelen uit de begroting over naar Jeugdzorg. Daarnaast bakent de gemeente wat strikter af wat echte jeugdzorg is, d.w.z. dat rekening wordt gehouden met eigen probleemoplossend vermogen en voorliggende voorzieningen. Problemen zijn vooral groeiende instroom, minder uitstroom en onvoldoende personeel bij de jeugdhulpaanbieders.
Volgens de monitor 2018 was bij 75% van de onderzochte gemeenten sprake van een verwacht tekort. Volgens de FNV liep het tekort op tot 27 miljoen euro en zou dit zonder extra middelen van de Rijksoverheid leiden tot een onhoudbare situatie. Inmiddels wordt dit breed onderschreven. Niettemin stelde het nieuwe regeerakkoord een bezuiniging voor van maar liefst 500 miljoen, die inmiddels onder druk van de sector en de VNG door de Tweede Kamer teruggedraaid is.

II. Zorg/WMO

Voor de WMO acht de gemeente Den Bosch de middelen voldoende.
Voor de komende 10 jaar wordt een sterke autonome groei verwacht in de WMO, vooral door de toename van 80+ ouderen van 800.000 nu naar 2 miljoen (landelijke cijfers).
De gemeente noemt de volgende problemen:

  • door het abonnementstarief zijn de mogelijkheden om te sturen op zorggebruik en de financiën beperkt;
  • het blijft lastig schakelen tussen de domeinen sociale zorg en medische en langdurige zorg;
  • personeelstekort bij aanbieders.

In een artikel in het Brabants Dagblad van 5-6-2018 heeft een hoge ambtenaar de noodklok geluid over de interne werkprocessen bij de uitvoering van de WMO in de gemeente, o.a. te lange wachttijden, fors oplopende werkdruk, verdergaande juridisering, vastlopende bureaucratie, trage werkprocessen. Lokaal FNV heeft aan de gemeenteraad gevraagd wat er inmiddels gedaan is aan deze ernstige problemen, maar daar geen antwoord op gekregen.
In 2019 is een verbetering tot stand gekomen in de honorering van huishoudelijke hulpen. Het uurtarief voor huishoudelijke hulp is geïndexeerd, voldoende om de cao-verplichtingen na te komen. Maar bij inkoop van huishoudelijke hulp is het niet toepassen van de cao (VVT) niet als ontbindende voorwaarde opgenomen.
Er wordt niet bij alle aanbestedingen en inkoop, als er sprake is van social return, getoetst op verdringing van bestaande arbeidsplaatsen.
Voor de eigen bijdrage hanteert de gemeente voor huishoudens met een inkomen tot 110% van het minimum een nultarief. Lokaal FNV heeft voorgesteld om voor chronisch zieken en mensen met een beperking met een inkomen tot 130% van het minimum en hoge zorgkosten een (gedeeltelijke) kwijtschelding van de eigen bijdrage te verlenen, zoals in de voormalige Wet Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) het geval was.

III. Participatiewet

A. Werken zonder loon en tegenprestatie
Het officiële antwoord van de gemeente of voor een uitkering een tegenprestatie als verplichting wordt opgelegd is dat dit niet het geval is. Een tegenprestatie is wel vastgelegd in de Participatieverordening. In een toelichting stelt de gemeente dat het deel kan uitmaken van re-integratietrajecten. Voor de duur en omvang van de opgelegde tegenprestatie wordt gekeken naar de voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden en de individuele omstandigheden van de persoon.
Feit is dat de gemeente, c.q. het werkontwikkelbedrijf van de gemeente, op grote schaal gebruik maakt van te werkstellen met behoud van uitkering. In 2018 betrof dit 670 mensen, die gemiddeld 3 tot 4 maanden te werk gesteld werden (aantal voor 2021 niet bekend). Het is volgens lokaal FNV de vraag of het bij werken met (bij parttime werk gedeeltelijk) behoud van uitkering vooral gaat om maatschappelijk nuttige werkzaamheden. Het komt ook – niet zelden – voor dat mensen als opstap naar “werkgewenning” (re-integratie) te werk gesteld worden voor uitzendwerk bij commerciële bedrijven (schoonmaak, post sorteren, inpakwerk e.d.) via eigen uitzendconstructies van het werkontwikkelbedrijf. Zij krijgen dan een werktraject tussen 12 en 24 uur per week met behoud van uitkering. Ook als men daarna een contract kan krijgen met minimumloon voor de uren die men werkt, blijft men aangewezen op een aanvulling uit de bijstand.
Lokaal FNV is van mening dat dit nauwelijks perspectief biedt op bestaanszekerheid buiten de bijstand. In ieder geval dient wanneer er sprake is van loonkostensubsidie volgens de beleidsregels van de Participatiewet de arbeidsovereenkomst gericht te zijn op duurzame arbeidsinschakeling.

B. Toets op verdringing van betaald werk
Sinds 2018 toetst de gemeente de werkzaamheden die uitkeringsgerechtigden verrichten op verdringing van betaald werk. In 2016 gebeurde dit nog niet. Dit is dus een verbetering. Lokaal FNV zou graag zien dat het UWV of de OR hierbij worden betrokken, dan wel dat een (regionaal) interventieteam hiervoor ingesteld wordt. Volgens de gemeente zouden deze voorstellen geen toegevoegde waarde hebben, waarom werd niet toegelicht.

C. Wachttijd tussen aanvraag en toekenning van uitkering
Ten opzichte van 2016 toen de gemiddelde wachttijd 47 dagen bedroeg is deze in 2021 terug gebracht tot 27 dagen, een flinke verbetering. In 2016 beweerde de gemeente dat bij overschrijding van de termijn (4 weken volgens de Participatiewet) niet automatisch een voorschot verstrekt diende te worden, omdat dit volgens art. 52, lid 1 van de Participatiewet niet toegestaan was. Dit is niet juist, integendeel dit artikel schrijft dit duidelijk voor.
De gemeente is inmiddels in zoverre bijgedraaid dat men nu binnen de wettelijke termijn blijft en dat met het oog op eventuele overschrijding een voorschot in het werkproces wordt klaargezet.

D. Individuele inkomenstoeslag
De inkomensgrens is de bijstandsnorm, ofwel het sociaal minimum, en de referteperiode is 3 jaar. Deze voorwaarden zijn in 2022 nog steeds van toepassing in Den Bosch.
Volgens lokaal FNV hanteert Den Bosch een lagere inkomensgrens dan bij de voorganger (langdurigheidstoeslag) werd aangehouden, te weten maximaal 110% van het minimum. Lokaal FNV pleit voor een verhoging van de inkomensgrens tot 130% van het minimum.

E. Cijfers over inkomensgrenzen en referteperiode andere gemeenten
Hoe de landelijke verdeling is van de gemeenten naar hoogte inkomensgrens en duur referteperiode is niet precies bekend.
Het Financieel en Juridisch Adviesbureau Frankhuis en Twistvliet heeft een onderzoek gedaan onder 50 gemeenten in Nederland (rapport: Individuele inkomenstoeslag. Het categoriaal maatwerk in de glazen bol, 2019).
Niet gerapporteerd is of de selectie van gemeenten representatief is, wel is de keuze van gemeenten gespreid over vrijwel alle provincies. De keuze is vooral bepaald door beschikbaarheid van deze gegevens onder gemeenten.
Volgens dit onderzoek had, exclusief 10 gemeenten waarover geen gegevens bekend waren, 48% van de gemeenten een inkomensgrens van 100% tot 105%, 40% een grens van 110% en 12% een inkomensgrens 115% of hoger. In totaal had dus ruim de helft een inkomensgrens van 110% of hoger.
De referteperiode (excl. onbekenden) varieerde van 4% na 1 jaar, 78% na 3 jaar en 18% na 5 jaar.

F. Invoering seniorentoeslag voor ouderen met langdurig laag inkomen?
Voor ouderen met een langdurig laag inkomen was er tot de invoering van de Participatiewet een categoriale bijstandsregeling. Met de vervanging van de langdurigheidstoeslag door de individuele inkomenstoeslag werd deze regeling afgeschaft. Omdat de vroegere inkomensgrens van 110% voor de langdurigheidstoeslag bij de decentralisatie naar gemeenten werd losgelaten, hadden gemeenten de vrijheid een hogere inkomensnorm vast te stellen (zie hierboven). Dat had tot gevolg dat AOW-gerechtigden met een laag inkomen wel voldeden aan de financiële voorwaarden van de inkomenstoeslag voor de gemeenten waar een hogere inkomensgrens geldt, maar daarvan als gevolg van een bepaling in de Participatiewet (art. 36, lid 1) uitgesloten waren. Daardoor kan de situatie ontstaan dat bijstandsgerechtigden met de inkomenstoeslag op een hoger netto inkomen uitkomen dan AOW-gerechtigden, zelfs wanneer deze nog een klein aanvullend pensioen hebben. De wetgever en de rechtspraak gaan er nog steeds van uit dat de AOW en de AIO (de aanvullende inkomensvoorziening voor ouderen met een onvolledige AOW) qua normbedragen hoger zijn dan de bijstand en dus niet in aanmerking komen voor de inkomenstoeslag. Dit is echter met de afschaffing van de categoriale bijstand en de toegestane hogere inkomensnormen voor de inkomenstoeslag niet meer vol te houden.
Lokaal FNV meent dat hierdoor sprake is van ongelijke behandeling op grond van leeftijd.
Daarom pleit lokaal FNV er voor dat AIO- en AOW-gerechtigden met een langdurig laag inkomen in aanmerking komen voor een seniorentoeslag, zoals bijvoorbeeld Breda die heeft (toeslag van € 300 bij netto inkomen tot € 1.143 (alleenstaanden) of € 1.975 (gehuwden).

IV. Inkomensondersteuning van chronisch zieken en mensen met een beperking

Toelichting
In 2015 is een aantal landelijke financiële compensatieregelingen voor deze doelgroep afgeschaft, t.w. de Wet Tegemoetkoming Chronisch zieken en Gehandicapten (Wtcg), de Compensatie voor het eigen risico (CER) en het mantelzorgcompliment. Het met een bezuiniging gepaard gaande budget is overgeheveld naar gemeenten met de opdracht daarvoor gemeentelijke maatwerk-voorzieningen te ontwerpen. Gemeenten hadden daarbij een grote beleidsvrijheid voor de vormgeving (via afzonderlijke financiële regeling, via de bijzondere bijstand of de collectieve gemeentelijke zorgverzekering) en voor de hoogte van de compensatie. In een eerder artikel voor deze Nieuwsbrief heb ik beschreven hoe deze decentralisatie heeft uitgepakt en met welke negatieve gevolgen (Nieuwsbrief Sociale Alliantie 5-10- 2020).

Uitkomsten Den Bosch
In de landelijke monitor 2016 en 2018 zijn diverse vragen gesteld over de compensatie van de extra kosten van chronisch zieken en mensen met een beperking. In de monitor 2021 ontbreekt dit onderwerp. Lokaal FNV heeft daarom aan heeft de gemeente gevraagd: welke compensatieregelingen heeft de gemeente getroffen voor chronisch zieken en mensen met een beperking als vervanging van de Wtcg en CER?
Het (korte) antwoord van de gemeente luidde: deze mensen kunnen een beroep doen op de bijzondere bijstand voor meerkosten in verband met ziekte of handicap, in ieder geval als het gaat om meerkosten van verwarming of noodzakelijke reiskosten bij specialistische hulp buiten de gemeente als die hulp niet binnen de gemeente kan worden verstrekt.
Volgens de website van de gemeente komen ook de volgende kosten voor ouderen en mensen met een beperking in aanmerking voor bijzondere bijstand, indien deze noodzakelijk zijn voor het zelfstandig functioneren: meerkosten van dieet, van was- en slijtagekosten, de extra kosten van maaltijdvoorziening en de eigen bijdrage in de kosten van alarmering.
Den Bosch heeft dus geen vast jaarlijks bedrag voor meerkosten, en er is ook niet voorzien in compensatie van eigen bijdragen WMO en van het eigen risico, zoals deze in de Wtcg en de CER geregeld waren.
Lokaal FNV vindt de compensatie van de meerkosten als gevolg van ziekte of handicap via de bijzondere bijstand een slechte en goedkope keuze van de gemeente. Voor de betrokkenen is het vaak belastend, omdat zij periodiek hun ziekte of handicap en bijbehorende meerkosten moeten aantonen. Voor de gemeente vergt dat bovendien extra uitvoeringskosten. Lang niet alle meerkosten komen in aanmerking voor vergoeding. Omdat de bijzondere bijstand een inkomensgrens heeft, in Den Bosch 120% van het minimum, komt een relatief grote groep met een hoger inkomen en met hoge meerkosten daarvoor niet in aanmerking.
Lokaal FNV is voorstander van een vaste jaarlijkse financiële regeling voor deze groep, waarbij de reële meerkosten substantieel vergoed worden, minimaal met bedragen die golden in de voormalige Wtcg, variërend van € 150 tot € 500, afhankelijk van leeftijd (65- en 65+) en zorggebruik (gemiddeld of hoog).

V. Waardering van mantelzorg

Naast respijtzorg biedt de gemeente Den Bosch een jaarlijkse waardering voor mantelzorgers. Dit kan zijn: een dag voor mantelzorgers, cadeaubon, lunch, of een geldbedrag van € 50. Voorwaarde: langer dan 3 maanden 8 uur per week mantelzorg verlenen.
Volgens de lokale monitor van de FNV had in 2016 slechts 1/3 van de gemeenten een mantelzorgwaardering ingevoerd. Het gemiddelde bedrag was € 50. De rest van de gemeenten had geen regeling of volstond met een korting pas, cadeaubon, jaarlijkse lunch e.d.
Het standpunt lokaal FNV hierover is dat mantelzorgers een hogere financiële waardering verdienen dan de fooi van € 50 die zij nu krijgen.
De gemeente ontvangt hiervoor een budget, dat toegevoegd is aan het WMO-budget (6,62% daarvan). Voor Den Bosch komt dit neer op 1 miljoen, waarmee de groep van 4.000 zwaar belaste mantelzorgers die hiervoor in aanmerking komt een bedrag van € 250 kan ontvangen. Mantelzorg houdt een aanzienlijke ontlasting in van de professionele zorg en dus een flinke besparing op de professionele zorg. Volgens het SCP bedroeg de economische waarde van mantelzorg in 2014 6,6 miljard. Onderzoeks- en consultbureau Ecorys berekende in opdracht van Mantelzorg.nl de waarde voor Nederland in 2019 op 22 miljard, waarvan 20 miljard besteding aan zorg en 1,8 miljard aan reiskosten.
De VVD-fractie in de gemeenteraad van Den Bosch heeft gemeld het voorstel van lokaal FNV schandalig te vinden. Volgens de VVD kan dit geld beter besteed worden aan andere vormen van hulp- en dienstverlening voor mantelzorg, zoals nu al zou gebeuren. De diensten die de fractie noemt, zoals respijtzorg, huishoudelijke hulp, tuinonderhoud, buurtwerk e.d. worden echter voor het grootste deel al gefinancierd uit andere budgetten van de gemeente of zijn gratis. Respijtzorg ofwel vervangende mantelzorg wordt meestal uitgevoerd door (student) vrijwilligers van het maatschappelijk werk, huishoudelijke hulp wordt gefinancierd uit het reguliere WMO-budget, voor buurtwerk is er een vaste subsidie, tuinonderhoud komt uit het re-integratiebudget van de Participatiewet (vaak onbetaald werk met behoud van uitkering).
Het is met andere woorden zeer twijfelachtig of het budget van 1 miljoen daadwerkelijk aan de door de VVD-genoemde diensten voor mantelzorg besteed wordt. Afgezien daarvan is het in strijd met de bedoeling van het mantelzorgcompliment.
Het mantelzorgcompliment is per 1-4-2007 ingevoerd. Het was een initiatief van de toenmalige fractievoorzitter van de SGP, de heer B. van der Vlies, die inmiddels overleden is. Het ging om een bedrag van jaarlijks € 250, uitgekeerd door de SVB. Het compliment was bedoeld als een (kleine) financiële waardering voor het werk én compensatie voor de bijkomende extra kosten van veel mantelzorgers, aldus Mezzo, de landelijke vereniging van mantelzorgers. Van der Vlies zou zich in zijn graf omdraaien als hij geweten zou hebben wat er na de overdracht van het budget voor dit compliment aan de gemeenten in 2015 is overgebleven.
De kosten die mantelzorgers moeten maken zijn vaak niet gering. Veel mantelzorgers hebben extra kosten, die niet elders gedeclareerd kunnen worden, zoals reis-, was- en telefoonkosten. Een voorbeeld: een dochter die 5 keer per week haar hulpbehovende moeder, die 20 km. verderop woont, met de auto bezoekt, haar verzorgt, huishoudelijk werk in haar woning verricht, boodschappen doet en de vuile was van haar moeder meeneemt naar haar eigen huis. Alleen al aan autokosten is zij dan minimaal € 2500 kwijt (met een kleine auto, kost volgens ANWB € 0,24 per km). In de meeste gevallen neemt de mantelzorger die kosten voor eigen rekening. Volgens Mezzo maken mantelzorgers gemiddeld per jaar € 1.100 aan extra kosten (Handreiking waardering mantelzorg door gemeenten, Mezzo, 26-03-2014). Daartegenover is de door lokaal FNV voorgestelde verhoging tot € 250 nog een peanut! Om de terminologie van de VVD-fractie over te nemen: het huidige bedrag van € 50 is echt schandalig.

Samenvatting

Wat betreft Jeugdzorg vertoont Den Bosch min of meer hetzelfde beeld als andere gemeenten: veel te weinig budget en groeiende problemen voor de naaste toekomst.
Voor de WMO heeft Den Bosch voldoende middelen. Dit is opvallend, omdat de VNG vorig jaar op basis van een onderzoek van BDO heeft gemeld dat de gemeentelijke WMO-uitgaven met bijna 8% zijn gestegen. Voor de toekomst verwacht Den Bosch een sterke groei door toename van het aantal ouderen. De problemen bij de uitvoering, zoals het abonnementstarief, personeelstekorten bij aanbieders e.d., zijn ook bekend van andere gemeenten. Veelzeggend lijkt mij dat de gemeente niet ingegaan is op de vraag van lokaal FNV wat de gemeente gedaan heeft met een noodkreet van een hoge ambtenaar in het Brabants Dagblad over vergaande ernstige problemen in de interne werkprocessen (zie punt II).
Een belangrijk punt voor de FNV is dat kwijtschelding van de eigen bijdrage alleen geldt voor minima tot 110%. Chronisch zieken en mensen met een beperking met een hoger inkomen zouden hier ook voor in aanmerking moeten komen, zoals in de voormalige Wtcg het geval was.

Participatiewet
Voor het beleid inzake de Participatiewet is op enkele punten sprake van verbeteringen. De wachttijd tussen aanvraag en toekenning van een uitkering is sterk teruggebracht: van 47 dagen in 2015 tot 27 dagen in 2021. Bij de tewerkstelling van uitkeringsgerechtigden vindt sinds 2018 een toets plaats op verdringing van betaalde arbeid.
Minder te spreken is lokaal FNV over het werken met behoud van uitkering, dat in Den Bosch op grote schaal plaatsvindt. Liefst 670 mensen werkten in 2018 zonder loon voor de duur van gemiddeld 3-4 maanden, doorgaans parttime, niet zelden ook bij commerciële bedrijven via een uitzendconstructie van het gemeentelijk werkontwikkelbedrijf.
Een ander belangrijk minpunt is dat men alleen voor de individuele inkomenstoeslag in aanmerking komt bij een inkomen op bijstandsniveau gedurende 3 jaar. Een vrij groot aantal gemeenten heeft een hogere inkomensgrens en keert vaak ook een hoger bedrag uit (zie het eerder aangehaalde onderzoek van Frankhuis en Twistvliet, waar in 2019 de helft van de onderzochte gemeenten een inkomensgrens van 110% of hoger had).
Lokaal FNV stelt voor de inkomensgrens te verhogen tot 130% van het minimum. Daarnaast moeten AOW-gerechtigden met een langdurig laag inkomen in aanmerking komen voor een seniorentoeslag.
Ronduit ontevreden is lokaal FNV over de inkomensondersteuning van chronisch zieken en mensen met beperking. Deze groep is aangewezen op de bijzondere bijstand waarbij een beperkt aantal meerkosten voor compensatie in aanmerking komt. Lokaal FNV spreekt zich uit voor een vaste jaarlijkse uitkering waarbij de meerkosten substantieel vergoed worden, minimaal zoals in de voormalige Wtcg het geval was.
Tenslotte de mantelzorgwaardering, die in Den Bosch, net als overigens in veel andere gemeenten, een schamel bedrag van € 50 betreft. Volgens lokaal FNV voorziet het daarvoor bestemde budget van het Rijk in een uitkering van € 250 per jaar. De bedoeling van dit budget is nu juist te voorzien in een (kleine) vergoeding van de vaak hoge extra kosten van mantelzorgers.

Conclusie

Al bij al is de conclusie dat het sociaal beleid in Den Bosch op enkele punten verbeteringen heeft ondergaan, maar tekort schiet op niet onbelangrijke onderdelen, in het bijzonder het werken zonder loon, de inkomensgrens voor de inkomenstoeslag, de compensatie van meerkosten van chronisch zieken en mensen met een beperking en de mantelzorgwaardering.
In het licht van de beschikbare ruime financiën van Den Bosch is het moeilijk te verteren dat Den Bosch al geruime tijd zeer weinig geld uitgeeft aan kwetsbare groepen met een laag inkomen zoals bijstandsgerechtigden en mensen met ziekte en/of een beperking met vaak hoge meerkosten.
Den Bosch verdiende de afgelopen 20 jaar 700 miljoen euro met de verkoop van aandelen in nutsbedrijven en dividenden (de zogenaamde Essent-gelden). Daarnaast is de laatste jaren het aantal betaald parkeerplaatsen sterk uitgebreid en zijn de parkeertarieven aanzienlijk verhoogd (opbrengst 15 miljoen per jaar). Een groot deel van de Essent-gelden is uitgegeven aan grote bouwprojecten. Dat betreft o.a. een nieuw stadskantoor, uitbreiding en grondige verbouwing van het Noord Brabants museum, een nieuwe volautomatische ambtenaren parkeergarage, die op een fiasco uitliep, een dure verbouwing van de bibliotheek en het centrum voor amateurkunst (eveneens met grote negatieve gevolgen, zoals verdwijning van de akoestiek, een niet werkende klimaatbeheersing waardoor dansleerlingen flauw vielen), de uitbundige viering van het Jeroen Bosch jaar, en een nieuw theater (met een budget van 75 miljoen dat zeer waarschijnlijk ruim overschreden gaat worden). Volgens de vorige Burgemeester en het vorige College van B. en W. zouden de vele miljoenen niet alleen naar prestigieuze projecten zijn gegaan, maar is een deel van het geld ook besteed aan armoedebestrijding en wijkvernieuwing, maar de cijfers zijn niet helder en de verhoudingen zijn mijns inziens volkomen zoek. Vandaar de titel van dit artikel.

Henk Weijnen, mei 2021

Afdrukken

Deel deze pagina via sociale media

logo armoede live 10jaarlater

logo initiatief nu

logo expeditie sociale cooperatie

Adres

t.a.v. Gerard van Santen / Sociale Alliantie
p/a CNV
Postbus 2475
3500 GL Utrecht
Correspondentie per mail heeft de voorkeur:

mailadres2

Volg ons op sociale media